Dit ben ik

John Siemerink

Hallo, mijn naam is John Siemerink en ik woon aan de Bakenbergseweg in Arnhem. Ik heb veel hobby’s, maar mijn ware passies zijn mijn liefde voor het koningshuis en kamperen. Ik heb mijn eigen mini-camping in de tuin tegenover De Terp. Mijn camping noem ik ‘De Oranje-camping’.

Op de dag dat John wordt geïnterviewd is het broeierig warm. Hij neemt de reporter van het Elver Magazine mee naar een beschutte tuin waar twee stoelen en een tafeltje uitnodigend onder een parasol staan. Naast het zitje staat de aanleiding van dit interview: een eenpersoonskoepeltent. “In 1995 ben ik voor het eerst wezen kamperen in Laag-Soeren. Dat heeft mij nooit meer losgelaten. Ik slaap nu bij goed weer iedere zomer van mei tot oktober in deze tent. De tent gaat zelfs mee als ik op vakantie ga. Behalve als ik ga skiën in Oostenrijk. Dan is de tent te koud.” In een andere hoek van de tuin staan allemaal potjes met plantenstekjes. Nog een hobby van John. “Ik houd van tuinieren”. Met plezier laat hij zijn tuin zien. “Ik kweek olijven, aardbeien, papaja’s en sinaasappelbomen”.

Zangaspiraties

John ontbijt buiten in de tent. Douchen doet hij in de woning. “Bij mooi weer zit ik het liefst buiten. Als het regent ga ik ’s avonds binnen film kijken en ’s middags oefen ik op mijn kamer. Ik wil namelijk zanger worden. Ik zing liedjes van Nick en Simon, Jan Smit en ik zing klassiek.” Eind vorig jaar is hij naar muziekfestival Maak De Droom Waar geweest. Daar heeft hij een zelfgemaakt kunstwerk aan Jan Smit gegeven. In mei ging hij naar een muziekfestival in Eindhoven. Daar mocht Frans Bauer eveneens een kunstwerk van John in ontvangt nemen. “Omdat ik zelf graag zanger wil worden, heb ik aan de artiesten ook een kaartje gegeven met daarop mijn foto en mijn wens om zanger te worden.”

Nieuwbouw

Het is John niet ontgaan dat er nieuwbouwplannen zijn voor Arnhem. Daar heeft hij alvast over nagedacht. “Ik wil graag een appartementje voor mijzelf, geen slaapkamer in een woongroep. Een woongroep vind ik te druk. Mijn camping wil ik blijven houden. Het liefst wil ik een grotere camping, omdat mijn vriendin Monique hier ook wel eens kampeert”. Ook moet er bij zijn appartement ruimte zijn voor zijn plantjes. And last but not least: “Ik ga nu vaak in de jacuzzi bij De Terp. Een zwembadje bij het appartement zou ook wel fijn zijn”. Niet zo’n rare wens als je John wat beter kent. Naast voetballen, steppen, basketbal gooien en boeken lezen over het koningshuis is hij dol op zwemmen. “En weet je wat ik echt leuk zou vinden? Dat, als de nieuwbouw klaar is, koning Willem-Alexander en koningin Máxima samen met de kinderen een dagje komen kijken”.

Peperkoek is taai

Er zijn al heel wat wensen van John voorbij gekomen. Op de vraag of hij nog meer wensen heeft, zegt hij: “Ik zou graag een keer in een film spelen en een kookcursus volgen.” Hij vertelt verder: “Kippenpoten zijn mijn lievelingskostje en ik eet graag mosselen en garnalen. Tomaten en spinazie lust ik niet. Slagroom vind ik te zoet en peperkoek te taai”. Dat laatste brengt hem op het thema Sinterklaas. “Met Sinterklaas speel ik altijd Zwarte Piet. Dan strooi ik pepernoten of ik deel ze uit. Ik zou heel graag ook eens Zwarte Piet willen spelen in Nieuw-Wehl.” Nou, wie weet is er een lezer die deze wens in vervulling kan laten gaan.

Gevoelsmens

John is nu 48 jaar. Als hij over twee jaar 50 wordt, wil hij een feestje geven. “Ja, 50 is een hele leeftijd. Ik wens voorlopig gezond te blijven. Ik heb wel last van hoge bloeddruk, maar verder ben ik gezond.” Hij is een gevoelig mens. Van narigheid in de media, zoals in het journaal, raakt John overstuur. “Ik kan niet tegen oorlog. Ik wil liever vrede op aarde. Ook dierenmishandeling vind ik niet leuk. Als ik in de krant lees dat er een hond is geslagen en geschopt dan vind ik dat heel erg.” Hij vervolgt: “Ik vind het leuk om mensen en dieren te helpen. Laatst heb ik bij Het Pleijwerk, waar ik dagbesteding heb, geprobeerd een muis te redden. Maar de begeleiding attendeerde mij erop dat dat niet ging. Ook heb ik eens een poes proberen te redden.”

Verjaardagskaarten voor het koningshuis

Eenmaal binnen in de woning John laat zijn slaapkamer zien. Daar heeft hij twee aquariums en een terrarium voor wandelende takken is. “Ik heb ook een poes, maar die woont bij mijn moeder”. Verder is het in de kamer een en al koningshuis wat de klok slaat. Hij verzamelt alles wat met het koningshuis heeft te maken: een kussen en een schilderij met de afbeelding van Willem-Alexander. John heeft zelfs een Willem-Alexander-masker. Ook de meubels moeten er aan geloven: de aanrechtkastjes en de kledingkast zijn helemaal beplakt met foto’s van het koningshuis, hier en daar onderbroken met een foto van een Nederlandstalige zanger. “Bij verjaardagen of andere feestelijkheden stuur ik kaarten naar het leden van het koningshuis. Ik krijg dan vaak een bedankje retour”. Dit zijn weliswaar voorgedrukte kaartjes, maar velen zijn voorzien van een handgeschreven toevoeging. Zoals het bedankje van prinses Laurentien en prins Constantijn dat John trots laat zien.

Een dikke knuffel

Na de bezichtiging van zijn slaapkamer neemt John de verslaggever mee terug naar de tuin. Daar wacht een afscheidscadeautje: een stekje van een aardbeienplant. Als een volleert gastheer c.q. campinghouder informeert hij “ik ben toch wel aardig voor je geweest?”. Na het handenschudden blijft hij dralen. Wat blijkt? Bij een goed afscheid hoort ook nog een stevige knuffel. “Dag John, het ga je goed!”