Toekomst dagbesteding: Implementatie Vilansonderzoek
Begin 2020 heeft corona haar intrede gedaan en er op dat moment voor gezorgd dat het werken bij Elver compleet op de kop is gezet. Vooral voor de medewerkers van de dagbesteding heeft dit grote gevolgen gehad. Vanaf de eerste coronadag werden zij toegevoegd aan de woongroepen om samen de 24-uurs roosters te vullen. Uitgangspunt hierbij is geweest dat dagbestedingsmedewerkers ook alle woondiensten leerden te draaien, zodat bij grote ziekte-uitval de continuïteit niet in het geding zou komen.
Dit is uitstekend gelukt. In een vrij natuurlijk proces zijn in de maanden daarop veel dagbestedingsmedewerkers weer heel voorzichtig de dagbesteding op de woningen gaan vullen en zijn er onder onder bepaalde voorwaarden zelfs weer een aantal dagbestedingsgroepen opgestart. In september 2020 is met het uitbrengen van het Wegingskader de regie hierop grotendeels weer teruggelegd bij het primaire proces van de dagbesteding. Nog steeds is corona onder ons, maar we zien dat er weer licht gloort aan het einde van de tunnel. De testcapaciteit en doorloopsnelheid is enorm verhoogd, en de eerste vaccins staan op het punt van uitbrengen. Dit alles leidt er toe dat we nu vooruit moeten kijken. Hoe willen we verder met de dagbesteding na corona? Waar moeten we rekening mee houden? Wat is de visie van Elver hierop?
Vilansonderzoek
Om antwoord te geven op de vraag 'Hoe verder na corona?' moeten we eerst een stapje terug. Vanaf juli tot en met augustus heeft Vilans bij Elver een onderzoek gehouden naar wat de gevolgen en leerpunten zijn (geweest) van het samenvoegen van de dagbesteding met het wonen. Hier is een rapport over geschreven waaruit we voor de dagbesteding en deelnemers van Elver onderstaande hoofdzaken kunnen halen.
De overall conclusie is als volgt:
Een kwalitatief goede dagbesteding is van groot belang voor het welzijn van onze deelnemers.
Deze conclusie is gedeeld tijdens de validatiebijeenkomst met alle betrokkenen aan het onderzoek, onderstreept door de bestuurder tijdens de bijeenkomst en ook beschreven in het rapport. Alhoewel dit mogelijk niet voor iedereen tot een groot nieuw inzicht heeft geleid, is het zo nadrukkelijk uitspreken hiervan voor veel medewerkers van de dagbesteding als een grote steun in de rug ervaren. Dagbesteding is van belang, het is een ander vakgebied dan Wonen en het verdient en krijgt erkenning hiermee.
Conclusies getrokken uit het Vilansonderzoek
Het Vilansonderzoek heeft ons een vijftal aanbevelingen gedaan, welke Elver integraal overneemt en uit gaat werken. Een aantal zal voor de korte termijn al gevolgen hebben, een aantal zullen iets langer tijd nodig hebben.
1. Wat is per deelnemer de juiste dagbesteding
We hebben gezien dat sommige deelnemers de dagbesteding enorm hebben gemist, en ondanks de goede zorg, mogelijk zelfs stappen terug hebben gezet in hun ontwikkeling.
Bij anderen zien we geheel onverwachte zaken, kwaliteiten en interesses die aan het licht zijn gekomen welke ons onbekend waren. Tegelijkertijd zien we ook een aantal deelnemers die juist baat hebben bij iets meer rust of minder overgangsmomenten. Willen we straks nog wel 9 dagdelen naar de dagbesteding, of is minder ook genoeg? En is een andere groep dan misschien toch niet beter passend?
In het Wegingskader dat in september is verspreid wordt aangegeven dat dagbesteding- en woongroepen die weer meer dagbestedingsactiviteiten willen, gezamenlijk het overleg aan moeten gaan hoe dit te organiseren.
Het lijkt verstandig om dit voor de totale omvang van de dagbesteding te doen voor de nieuwe periode na corona. Voor elke deelnemer moet bekeken worden wat de behoefte is en hoe deze het best ingevuld kan worden. Immers er is bijna een jaar verstreken waarin wellicht veranderingen zijn opgetreden bij deelnemers en/of zijn er nieuwe inzichten in de beeldvorming van deelnemers ontstaan door deze periode. Reden om opnieuw te bepalen wat passende dagbesteding is voor deelnemers. Dat kan dus betekenen dat er andere groepen gevormd gaan worden, er is sprake van een herstart. Dit is een grote operatie, waar medewerkers dagbesteding, medewerkers wonen, de PPD, teamcoaches en managers de handen vol aan zullen hebben. Vooral ook de gezamenlijkheid zoeken, met elkaar over de teams heen kijken, zal helpen om tot een goed totaalplaatje te komen. Einduitkomst daarvan is een voorstel aan managers dagbesteding, waarna verdere inrichting kan plaatsvinden.
2. Kader en financiële uitgangspunten
De afgelopen jaren heeft Elver op gebied van de normatieve huisvestingscomponent positieve financiële resultaten laten zien. Gezien alle nieuwbouwplannen, o.a. Arnhem, Doetinchem en Masterplan Nieuw-Wehl, zal dit positieve resultaat snel fors kleiner worden. Tegenover deze snel krimpende plus' staat dat we al jaren veel meer geld uitgeven aan de zorg zelf. Kort door de bocht vertaalt, we zetten teveel uren in, vooral binnen de dagbesteding.
In de nieuwe opzet na coronatijd kan dit dus niet meer. We moeten ZZP-gestuurd worden.
3. Hoe borgen- en verhogen we de kwaliteit van de medewerkers dagbesteding;
Het Vilansonderzoek heeft laten zien hoe belangrijk dagbesteding is, waarbij ook de woorden 'kwaliteit' en 'vak apart' naar voren komen. Binnen Elver is er op dit moment echter geen specifieke opleiding of diploma-eisen voor de medewerkers dagbesteding. Elver wil een eigen scholingsprogramma opzetten voor medewerkers dagbesteding, of voor medewerkers wonen die de overstap willen maken, om toegerust te zijn voor de specifieke competenties die nodig zijn in de dagbesteding.
4. Samenwerking en communicatie tussen wonen en dagbesteding is gedurende coronatijd sterk verbeterd, hetgeen de deelnemers ten goede komt. Wat stellen we als norm en hoe houden we dit vast?
In de meeste gevallen is er in de afgelopen periode een mooie en verbeterde samenwerking ontstaan tussen de medewerkers dagbesteding en wonen. Men heeft tijd gehad om elkaars kwaliteiten te leren kennen en om met elkaar inhoudelijk over het vak te praten. Daarnaast heeft men veel intensiever over en met onze deelnemers kunnen spreken, zodat er een veel betere beeldvorming is ontstaan. Het zou jammer zijn als deze intensievere samenwerking in de toekomst weer wordt losgelaten als een ieder zich weer op het eigen eilandje terugtrekt. Op dit moment zijn er wel de automatische contactmomenten tussen Persoonlijk Begeleiders dagbesteding en wonen voor bijvoorbeeld de zorgplanbesprekingen. Deze worden echter niet overal consequent gezamenlijk gehouden.
5. De PPD werkt nu vanuit de woongroep, de groep deelnemers op de dagbesteding krijgt niet altijd afdoende aandacht.
Enkele jaren geleden is de keuze gemaakt om de PPD aan de woongroepen te koppelen. Zij volgen de deelnemers naar de dagbesteding, waardoor een dagbestedingsteam vaak met meerdere PPD'ers te maken heeft. Dat is lastig en voor vragen van het dagbestedingsteam over bijvoorbeeld omgang groepsdynamiek en groepsprogramma voor al haar deelnemers is er geen eenduidige aanspreekpartner. Het is wenselijk om overkoepelend per dagbestedingsteam één aanspreekpartner te hebben bij de PPD. Of dit te organiseren is en hoe dan gaan we uitzoeken.
Tot slot
Deze punten worden de komende tijd uitgewerkt, hetgeen in wisselende samenstelling zal gaan gebeuren, maar waarvoor geïnteresseerde medewerkers van harte worden uitgenodigd om te participeren. Ondanks dat corona nog niet geheel weg is, kunnen we weer naar de toekomst kijken. Een toekomst waarin onze deelnemers centraal staan en de dagbesteding op de kaart staat.
Monique Horstra en Ric Engelberts